(Foto: W. Harthoorn)
De Vakvereniging Brandweervrijwilligers (VBV) spreekt haar steun uit voor het initiatief van de vrijwilligers van brandweerpost Cadzand om een juridische procedure te starten tegen het besluit van het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Zeeland om de post te sluiten. Volgens de post wordt ingezet op schorsing dan wel vernietiging van het besluit.
Sluiting raakt meer dan één brandweerpost
Vanaf het eerste moment heeft de VBV zich op het standpunt gesteld dat de sluiting van de post Cadzand niet alleen grote gevolgen heeft voor de inwoners en bezoekers van West-Zeeuws-Vlaanderen, maar ook fundamentele vragen oproept over de wijze waarop de Veiligheidsregio Zeeland invulling geeft aan haar wettelijke verantwoordelijkheid voor een kwalitatief goede brandweerzorg.
Aanbevelingen van de Inspectie JenV verdienen opvolging
In de afgelopen jaren heeft de Inspectie Justitie en Veiligheid herhaaldelijk vastgesteld dat de Veiligheidsregio Zeeland tekortschiet bij de toepassing van de landelijke systematiek voor de inrichting van de brandweerzorg. Ook de minister heeft benadrukt dat deze systematiek transparant, uniform en volledig moet worden toegepast. De VBV is van mening dat het besluit tot sluiting van de post Cadzand onvoldoende laat zien dat aan deze uitgangspunten is voldaan.
Eerst de kwaliteit van de brandweerzorg, daarna de organisatie
Daarnaast is de VBV van oordeel dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt welke alternatieven zijn onderzocht om de brandweerzorg in Cadzand op het vereiste niveau te behouden. De Veiligheidsregio Zeeland telt 64 brandweerposten. Op 4 posten zijn overdag beroepsbrandweermensen geconsigneerd voor uitruk (dagbezetting). Daarmee heeft de Veiligheidsregio Zeeland nadrukkelijk ook de ruimte om, wanneer een traditionele vrijwilligerspost onder druk staat, ook andere organisatievormen te onderzoeken, zoals hybride bezetting, consignatie of parttime beroepsinzet. Naar het oordeel van de VBV mag sluiting van een strategisch gelegen brandweerpost pas aan de orde zijn wanneer aantoonbaar is vastgesteld dat met geen enkele andere organisatievorm meer aan de wettelijke kwaliteitseisen kan worden voldaan.
De VBV heeft hierover eerder uitgebreide analyses en brieven gepubliceerd en zal de ontwikkelingen in dit dossier nauwlettend blijven volgen. Wij hopen dat de juridische procedure niet alleen duidelijkheid brengt over de situatie in Cadzand, maar ook bijdraagt aan een zorgvuldige toepassing van de landelijke wettelijke kaders en de aanbevelingen van de Inspectie JenV.
Rechtspraak onderstreept verantwoordelijkheid van de overheid
Deze discussie is bovendien niet nieuw. In haar landelijke rapport ‘Inrichting repressieve brandweerzorg’ verwijst de Inspectie JenV (op pagina 22) naar een belangrijk tussenvonnis van de rechtbank Amsterdam uit 2002 over de brandweerzorg in Hilversum. De rechtbank oordeelde destijds dat de gemeente toerekenbaar onzorgvuldig had gehandeld, omdat de brandweerorganisatie niet zodanig was ingericht dat de aanbevolen opkomsttijd kon worden gerealiseerd nadat een vrijwillige post wegens onderbezetting niet kon uitrukken. Hoewel de destijds geldende Handleiding Brandweerzorg geen formele wet was, beschouwde de rechter deze wel als een juridisch toetsingskader voor de invulling van de publieke zorgplicht. De Inspectie merkt op dat veel gemeentebesturen zich sindsdien nadrukkelijk zijn gaan richten op het voldoen aan deze landelijke uitgangspunten. Juist daarom is het volgens de VBV van belang dat ook Veiligheidsregio Zeeland overtuigend aantoont dat de brandweerzorg na de sluiting van post Cadzand nog steeds voldoet aan de wettelijke zorgplicht en dat alle redelijkerwijs mogelijke organisatievormen zijn onderzocht voordat tot sluiting werd besloten.
De veiligheid van burgers mag nooit het sluitstuk zijn van een organisatorisch probleem. Eerst moet worden vastgesteld welke brandweerzorg nodig is; vervolgens moet de organisatie daarop worden ingericht – niet andersom.
