VBV aan Tweede Kamer: weten we eigenlijk nog welke brandweercapaciteit daadwerkelijk beschikbaar is?

8 september 2026
Redacteur

Nieuwe informatie over Eindhoven onderstreept vlak voor debat over nationale weerbaarheid de zorgen over de feitelijke slagkracht van de brandweer

Vanavond om 22.15 uur debatteert de Tweede Kamer opnieuw over nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing. Voorafgaand aan dat debat heeft de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) de Kamer een position paper gestuurd met een duidelijke boodschap: wie Nederland weerbaarder wil maken, zal ook moeten zorgen dat de brandweer daadwerkelijk over voldoende mensen, materieel en slagkracht beschikt wanneer het erop aankomt.

Juist vandaag ontving de VBV bovendien nieuwe informatie over het recente incident met gevaarlijke stoffen in Eindhoven. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost bevestigt dat het eigen gaspakkenteam sinds 30 juli buiten dienst is en dat de regio op dit moment niet voldoet aan de geldende artikelen 4.1.1, 4.1.3 en 4.2.2 van het Besluit veiligheidsregio's. Het buiten dienst stellen van het team is volgens de regio niet gemeld aan het eigen Algemeen Bestuur en evenmin aan de Inspectie Justitie en Veiligheid.

Daarmee krijgt de vraag die de VBV vanavond aan de Tweede Kamer voorlegt nog meer gewicht: weten kabinet en Kamer eigenlijk welke brandweercapaciteit in Nederland daadwerkelijk beschikbaar is en of daarmee overal nog het vereiste beschermingsniveau kan worden geboden?

Van waarschuwing naar werkelijkheid

De waarschuwingen zijn inmiddels bekend. In november 2025 concludeerde de Inspectie Justitie en Veiligheid in het rapport Grenzen bereikt dat de Nederlandse brandweer onvoldoende is voorbereid op grote, langdurige en gelijktijdige incidenten. De Inspectie wees onder meer op tekortkomingen in de centrale sturing, onvoldoende gegarandeerde personele en materiële capaciteit en kwetsbaarheden bij grootschalig en specialistisch optreden.

Tijdens het commissiedebat van 10 juni was daarvoor brede politieke aandacht. Maar erkenning van het probleem is niet voldoende. De gebeurtenissen van de afgelopen maanden laten zien dat de door de Inspectie beschreven kwetsbaarheden allang geen abstracte discussie over de inrichting van het brandweerstelsel meer zijn. Ze zijn zichtbaar geworden in de operationele praktijk.

Cadzand, de natuurbranden bij ’t Harde en Venray en de incidenten met gevaarlijke stoffen in Eindhoven en Zwaag zijn zeer verschillende dossiers. Maar gezamenlijk leggen zij dezelfde systeemkwetsbaarheid bloot: aan de lokale basis verdwijnt capaciteit, bij grote incidenten ontstaat snel schaarste en specialistische capaciteit moet soms over aanzienlijke afstanden worden aangevoerd.

Aan de basis verdwijnt capaciteit

In Zeeland werd besloten brandweerpost Cadzand te sluiten. Daarmee verdwijnt lokale repressieve capaciteit uit een geografisch kwetsbaar deel van West-Zeeuws-Vlaanderen en moet de brandweerzorg in belangrijke mate worden overgenomen door verder gelegen posten. De opkomsttijden nemen daardoor fors toe.

Cadzand staat wat de VBV betreft voor een veel groter vraagstuk. Nederland kent 25 veiligheidsregio's die ieder afzonderlijk besluiten over posten, voertuigen, mensen en specialistische functies. Maar de optelsom van al die regionale besluiten bepaalt uiteindelijk óók de landelijke operationele slagkracht.

Die optelsom laat een zorgwekkende ontwikkeling zien. Het aantal tankautospuiten daalde volgens de door de VBV verzamelde cijfers van ruim 1.500 in 2011 naar ongeveer 1.100 in 2024. Het aantal hulpverleningsvoertuigen daalde van 280 naar 111. Tegelijkertijd nam het aantal brandweermensen met ongeveer 4.500 af, waarbij het voor een belangrijk deel om vrijwilligers gaat.

De stelselverantwoordelijkheid kan niet ophouden bij de constatering dat brandweerzorg regionaal is georganiseerd wanneer de gezamenlijke gevolgen van regionale besluiten de nationale slagkracht raken.

Bij één grote natuurbrand ontstaat al schaarste

Ook de grote natuurbranden van dit jaar laten zien hoe klein de operationele reserve inmiddels kan zijn.

Tijdens de zeer grote natuurbrand bij ’t Harde in april waren volgens landelijk regisseur natuurbrand Jelmer Dam zoveel specialistische teams nodig dat al op de eerste dag schaarste ontstond in de rest van Nederland. Er werd rekening gehouden met een tweede grote natuurbrand. Wanneer die zich zou voordoen, zou daarvoor niet opnieuw alle benodigde capaciteit kunnen worden ingezet.

Dat gegeven raakt de kern van het probleem. Een brand bewust laten branden omdat dit vanuit natuurbrandbeheersing de meest effectieve tactiek is, is een vakinhoudelijke keuze. Een brand niet volledig kunnen bestrijden omdat de benodigde mensen en middelen elders zijn ingezet, is iets fundamenteel anders.

Het eerste is strategie. Het tweede is schaarste.

De grote natuurbrand bij Venray in augustus liet opnieuw zien hoeveel mensen, voertuigen en specialistische eenheden voor één omvangrijk incident uit een groot gebied moeten worden samengebracht.

Dat veiligheidsregio's elkaar bijstaan is vanzelfsprekend en noodzakelijk. Daarvoor is bovenregionale samenwerking bedoeld. Maar die samenwerking kan alleen functioneren wanneer er daadwerkelijk voldoende capaciteit te verdelen valt. Wanneer één groot incident zoveel mensen en materieel vraagt dat een tweede incident niet meer met dezelfde slagkracht kan worden bestreden, ontbreekt de noodzakelijke operationele reserve.

Daar komt bij dat Nederland bij de grote natuurbranden in Brabant en Gelderland eerder dit jaar een beroep moest doen op Duitse, Belgische en Franse collega's. Internationale bijstand is een waardevol en noodzakelijk onderdeel van Europese samenwerking. Maar zij mag geen structurele vervanging worden voor onvoldoende eigen nationale capaciteit.

Europese solidariteit veronderstelt bovendien wederkerigheid: Nederland moet niet alleen hulp kunnen ontvangen, maar ook voldoende operationele reserve hebben om andere landen te kunnen helpen.

De vraag is daarom niet alleen hoe Nederland natuurbranden in de toekomst beter moet bestrijden, maar vooral:

Hoeveel gegarandeerde operationele capaciteit houdt Nederland beschikbaar om een tweede en derde groot incident te kunnen bestrijden zonder de reguliere brandweerzorg elders onverantwoord uit te hollen?

Eindhoven: veiligheidsregio bevestigt dat niet aan wettelijke IBGS-eisen wordt voldaan

Aan de andere kant van het spectrum zien we de gevolgen van het concentreren van specialistische capaciteit. De informatie die de VBV vandaag ontving over het incident in Eindhoven maakt dit vraagstuk nog urgenter.

Op 31 augustus ontstond bij Aalberts Surface aan de Hurksestraat in Eindhoven een incident waarbij na een chemische reactie met salpeterzuur gevaarlijke dampen vrijkwamen. De plaatselijke brandweereenheden konden de situatie monitoren en stabiliseren, maar beschikten niet over voldoende bescherming om de gevaarlijke stof zelf te benaderen. Voor de specialistische bronbestrijding moest daarom een gaspakteam uit Rotterdam-Rijnmond komen — over een afstand van meer dan honderd kilometer.

Uit de antwoorden van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost blijkt nu waarom. De regio bevestigt dat het eigen gaspakkenteam op 31 augustus niet inzetbaar was. Al op 30 juli 2026 was besloten het regionale gaspakkenteam buiten dienst te stellen. Volgens de veiligheidsregio was een punt bereikt waarop het vanwege vakbekwaamheid, materieel en andere omstandigheden niet langer verantwoord was het team operationeel te houden.

De regio geeft tevens aan bewust niet langer te investeren in het opleiden en oefenen van nieuwe gaspakdragers. Als reden wordt verwezen naar de landelijke ontwikkeling waarbij niet langer met 25 regionale IBGS-teams wordt gewerkt, maar de specialistische capaciteit wordt geconcentreerd in zes gespecialiseerde IBGS-teams.

Daarmee is de regionale organisatie dus al aangepast aan een nieuwe landelijke inrichting.

Maar de wetgeving nog niet.

“Op dit moment voldoen wij niet”

Het meest opmerkelijke antwoord van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost betreft de vraag hoe de regio op dit moment voldoet aan de artikelen 4.1.1, 4.1.3 en 4.2.2 van het Besluit veiligheidsregio's.

Het antwoord laat weinig ruimte voor interpretatie:

“Op dit moment voldoen wij niet aan de artikelen 4.1.1, 4.1.3 en 4.2.2 van het Besluit veiligheidsregio's.”

Volgens de veiligheidsregio vraagt de landelijke ontwikkeling om aanpassing van het Besluit veiligheidsregio's en lopen daarover gesprekken met het Rijk en de Inspectie Justitie en Veiligheid. Vooruitlopend op aanpassing van de wetgeving wordt inmiddels een nieuwe structuur voor landelijke specialismen ingericht.

Dat roept voor de VBV een fundamentele bestuurlijke en juridische vraag op.

Hoe kan het dat de operationele organisatie van een wettelijke kerntaak van de brandweer vooruitloopt op nog niet aangepaste regelgeving, terwijl een veiligheidsregio zelf bevestigt dat zij daardoor op dit moment niet aan de geldende wettelijke eisen voldoet?

Juist artikel 4.2.2 is in dat verband relevant. Voor de eenheid voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen geldt een wettelijke opkomstnorm van dertig minuten. In Eindhoven moest voor de specialistische bronbestrijding een eenheid uit Rotterdam-Rijnmond worden aangevoerd. Uit openbare gegevens (alarmering en aankomst) volgt dat circa 1 uur en 40 minuten verstreek voordat de specialistische capaciteit uit Rotterdam in Eindhoven beschikbaar was.

Daarmee gaat de discussie niet meer uitsluitend over de vraag of concentratie van specialistische kennis vakinhoudelijk wenselijk is. Concentratie kan voordelen hebben voor kennis, ervaring en vakbekwaamheid. Maar bij spoedeisende hulpverlening wordt kwaliteit niet alleen bepaald door deskundigheid.

Ook geografische spreiding en opkomsttijd bepalen of die deskundigheid beschikbaar is op het moment dat zij nodig is.

Algemeen Bestuur en Inspectie niet geïnformeerd

Daar komt nog iets bij.

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost bevestigt dat het buiten dienst stellen van het regionale gaspakkenteam niet is gemeld aan het eigen Algemeen Bestuur en evenmin aan de Inspectie Justitie en Veiligheid.

De Bestuurlijke Commissie Brandweerzorg was in februari wel geïnformeerd over de landelijke ontwikkeling naar zes steunpunten en over het voornemen van Brabant-Zuidoost om daarin mee te bewegen. Maar het uitgewerkte voorstel over de nieuwe inrichting wordt volgens de veiligheidsregio pas in december aan het Algemeen Bestuur voorgelegd.

De operationele werkelijkheid is daarmee maanden vooruitgelopen op die bestuurlijke besluitvorming.

Ook dat roept vragen op over de borging van de brandweerzorg. Wie bewaakt het beschermingsniveau wanneer specialistische capaciteit wordt verminderd of buiten dienst wordt gesteld? Wie beoordeelt vooraf wat daarvan de gevolgen zijn voor opkomsttijden en geografische dekking? En wie houdt toezicht op de naleving van de wettelijke eisen zolang nieuwe wetgeving nog niet van kracht is?

Eindhoven blijkt geen op zichzelf staand voorbeeld

Slechts enkele dagen na Eindhoven vond in Zwaag opnieuw een ernstig ongeval met een chemische stof plaats. Daarbij zijn twee personen overleden.

Over de precieze oorzaak en toedracht loopt nog onderzoek. De VBV legt daarom nadrukkelijk geen verband tussen het overlijden van de slachtoffers en de opkomsttijd van specialistische brandweercapaciteit.

Voor de beoordeling van het stelsel is echter wél relevant dat ook bij dit incident specialistische IBGS-capaciteit van buiten de eigen veiligheidsregio moest worden aangevoerd.

Eindhoven en Zwaag zijn operationeel verschillende incidenten, maar leggen binnen één week dezelfde systeemvraag op tafel:

Niet óf Nederland ergens over specialistische IBGS-capaciteit beschikt, maar waar die capaciteit zich bevindt, hoeveel daarvan gelijktijdig beschikbaar is en binnen welke tijd zij op iedere plaats in Nederland daadwerkelijk kan worden ingezet.

Papieren capaciteit is geen operationele slagkracht

Daar ligt voor de VBV de rode draad.

De kwaliteit en slagkracht van de brandweer kunnen niet uitsluitend worden afgemeten aan organisatieschema's, regionale plannen of aantallen eenheden op papier. Uiteindelijk gaat het erom wat beschikbaar is op het moment dat het misgaat: hoeveel brandweermensen kunnen daadwerkelijk worden ingezet, welke voertuigen en specialistische teams zijn beschikbaar, waar bevinden die zich, hoe snel kunnen zij optreden én hoeveel capaciteit blijft achter wanneer elders grootschalige bijstand wordt verleend?

Dat is precies de kern van Grenzen bereikt. Wanneer de lokale basis kleiner wordt, specialistische capaciteit wordt geconcentreerd en grote incidenten een beroep doen op dezelfde schaarse mensen en middelen, verdwijnt de noodzakelijke reserve uit het systeem.

Juist die reservecapaciteit is essentieel voor een weerbare samenleving die meerdere gelijktijdige of langdurige incidenten moet kunnen opvangen.

De weerbaarheidsparadox

Dat staat op gespannen voet met de ambitie om Nederland weerbaarder te maken.

De overheid vraagt burgers zich voor te bereiden op langdurige crises en ten minste 72 uur zelfredzaam te kunnen zijn. Die oproep is begrijpelijk en verstandig, maar zelfredzaamheid kan professionele hulpverlening nooit vervangen.

Een noodpakket blust geen natuurbrand, evacueert geen woonwijk, stopt geen lekkage van een gevaarlijke stof en redt geen slachtoffer uit een ingestort gebouw.

Het is daarom moeilijk uitlegbaar dat de ambitie om Nederland weerbaarder te maken tegelijkertijd gepaard gaat met financiële taakstellingen bij veiligheidsregio's en besluiten waardoor lokaal of specialistisch operationele capaciteit verdwijnt.

Vier concrete voorstellen aan de Tweede Kamer

De VBV vraagt de Tweede Kamer vanavond daarom niet om nóg een analyse, pilot of bestuurlijk overleg. De waarschuwingen liggen er. Het is tijd om de stap te zetten van erkenning naar uitvoering.

In ons position paper doen wij vier concrete voorstellen.

Wij vragen allereerst om een landelijke nulmeting van de daadwerkelijk beschikbare operationele slagkracht. Niet alleen hoeveel eenheden er volgens plannen zouden moeten zijn, maar hoeveel mensen en voertuigen daadwerkelijk beschikbaar zijn, welke personele paraatheid bestaat, waar specialistische capaciteit zich bevindt, welke geografische dekking daarmee wordt gerealiseerd en welke opkomsttijden in de praktijk haalbaar zijn.

Daarnaast vragen wij om landelijke minimumnormen voor operationele slagkracht. Een nationaal veiligheidsniveau mag niet uitsluitend het toevallige resultaat zijn van 25 afzonderlijke regionale keuzes.

Ten derde moet worden vastgelegd wie bij gelijktijdige grote incidenten bevoegd is schaarse brandweercapaciteit bovenregionaal en landelijk te verdelen en prioriteiten te stellen. Landelijke regie zonder daadwerkelijke doorzettingsmacht is onvoldoende.

En ten slotte vragen wij de Kamer om huidige en voorgenomen bezuinigingen bij veiligheidsregio's te toetsen aan hun gevolgen voor brandweerzorg en nationale weerbaarheid.

Het kan niet zo zijn dat Nederland aan de ene kant miljarden investeert in weerbaarheid, terwijl aan de operationele basis waarop die weerbaarheid mede rust capaciteit verdwijnt.

Vanavond moet het gaan over wat Nederland werkelijk kan inzetten

Cadzand, ’t Harde, Venray, Eindhoven en Zwaag zijn verschillende incidenten en ontwikkelingen. Ze bewijzen niet dat iedere brandweerinzet tekortschiet.

Ze laten wel iets fundamentelers zien: hoe kwetsbaar een stelsel wordt wanneer de lokale basis wordt verkleind, grote incidenten veel van dezelfde schaarse capaciteit vragen en specialistische eenheden op steeds grotere afstand worden georganiseerd.

De Inspectie Justitie en Veiligheid heeft die kwetsbaarheid in Grenzen bereikt stelselmatig beschreven. De gebeurtenissen van 2026 maken zichtbaar wat die kwetsbaarheid in de operationele praktijk betekent.

En de antwoorden die de VBV vandaag uit Brabant-Zuidoost ontving, voegen daar een nieuwe dimensie aan toe: een veiligheidsregio bevestigt zelf dat de feitelijke inrichting van haar specialistische IBGS-capaciteit op dit moment niet voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen.

Daarmee kan de waarschuwing aan de stelselverantwoordelijke minister niet langer worden beschouwd als een probleem voor later.

Daarom leggen wij de Tweede Kamer vanavond één fundamentele vraag voor:

Kan de minister aantonen dat Nederland daadwerkelijk beschikt over voldoende mensen, materieel, specialistische capaciteit, geografische dekking en landelijke regie om ook bij meerdere grote of langdurige incidenten tegelijkertijd op te treden — en dat daarbij wordt voldaan aan het beschermingsniveau dat de wetgever heeft vastgesteld?

Want nationale weerbaarheid begint niet bij wat er op papier beschikbaar is.

Nationale weerbaarheid begint bij een brandweer die daadwerkelijk kan optreden wanneer het erop aankomt.

Lees hier het volledige VBV-position paper: Nationale weerbaarheid begint bij een brandweer die daadwerkelijk kan optreden.

Deel dit bericht met je netwerk

Blussende brandweermannen

Word lid van de VBV!

Een vrije brandweerman kan profiteren van het lidmaatschap van een vakvereniging voor de vrijwillige brandweer, omdat deze organisatie zijn belangen behartigt en hem een collectieve stem geeft in belangrijke beslissingen die de werkomstandigheden en veiligheid beïnvloeden.
Belangenbehartiging
Onderdeel van de community
Collectieve steun
Juridische ondersteuning
Word nu direct lid
magnifiercrosschevron-down
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram