Over de brandweer en waarom niemand straks hoeft te schrikken als het misgaat.

13 augustus 2026
Redacteur

Vaste lezers raden het al: opnieuw het zogenaamde allmende-probleem. Niet omdat wij van de VBV niets anders te melden hebben, maar omdat een opvallend groot deel van de problemen die wij signaleren op precies dit mechanisme teruggrijpt: een gedeelde hulpbron, individueel gewin, collectieve schade. Onderzoek naar het overbrengen van boodschappen leert bovendien dat een punt gemiddeld zeven keer gehoord moet worden voordat het beklijft. Dus ja, we blijven hameren op dit stokpaardje bij voorkeur met een scherpere invalshoek dan de vorige keer.

In Venray brandde het vorige week zo hard dat blusploegen uit het hele land en België  moesten bijspringen vanaf de andere kant van het land, in een gebied waar mogelijk explosieve oorlogsresten in de bodem liggen. De vakvereniging stelt daar inmiddels vragen over: wie stuurt mensen een terrein met mogelijke explosieven op als er een tekort is aan gespecialiseerde eenheden? Volgens een woordvoerder was sprake van een noodsituatie en is doorgepakt op basis van "de professionaliteit en snelheid die bij de brandweer horen". Laten we hopen dat die woordvoerder stagiair was. Een noodsituatie is geen vrijbrief om mensen risico's te laten nemen waarvoor de organisatie onvoldoende is toegerust.

In Budel kwam het vuur tot vlak bij het azc. In Weert brandde het binnen een maand drie keer op dezelfde plek. Eind april woedden gelijktijdig natuurbranden op meerdere militaire oefenterreinen: Chinooks in de lucht, GRIP 3, en voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een formeel beroep op Europese bijstand. Duitsland en Frankrijk stuurden mensen en materieel omdat Nederland er zelf doorheen zat.

Opmerkelijk was vooral hoe weinig opmerkelijk dit werd gebracht alsof het een soort van noodweer was, vervelend maar onvermijdelijk. Dat klopt niet. Dit is geen noodweer maar een mechanisme. Sterker: het zijn er minstens vier, al decennia beschreven in de bestuurskundige en gedragswetenschappelijke literatuur. Dat maakt het niet minder ernstig, maar erger. Een systeem dat faalt op een manier die niemand kon voorzien, heeft pech. Een systeem dat faalt precies zoals de theorie al veertig jaar voorspelt, voert beleid.

Het eerste mechanisme is blame avoidance. Politicoloog R. Kent Weaver beschreef in 1986 al waarom bestuurders vaker bezig zijn met het vermijden van blaam dan met het behalen van resultaat. Investeren in brandweercapaciteit die je hopelijk nooit nodig hebt, levert een minister niets op: geen krantenkop, geen lintje, geen applaus. Bezuinigen kost politiek weinig, zolang het goed gaat. Gaat het jaren later mis, dan is er meestal een opvolger, een ander kabinet of een extreem weerjaar om naar te wijzen. De bestuurder die instemde met minder mensen en materieel staat niet naast de brandweerman die vandaag ontdekt dat het voertuig er niet meer is. Die afstand in tijd en verantwoordelijkheid maakt bezuinigen aantrekkelijk.

Het tweede mechanisme is politieke kortzichtigheid. De kosten van extra voertuigen en beroepskrachten staan vandaag in de begroting; de opbrengst bestaat uit rampen die morgen niet plaatsvinden en een ramp die niet plaatsvindt, haalt de krant niet. Economen maken onderscheid tussen statistical lives en identified lives: iemand die omkomt doordat een brand niet op tijd onder controle komt, heeft een naam en nabestaanden. Wie veilig bleef omdat er wél genoeg brandweer was, komt nergens in beeld  er gebeurde immers niets. Een politiek systeem dat elke vier jaar afrekent, beloont zichtbare besparingen. Het opgebouwde risico blijft onzichtbaar, tot het misgaat.

Het derde mechanisme is een klassiek allmende-probleem. Nederland telt 25 veiligheidsregio's die elkaar bij grote incidenten bijstaan. Voor één regio lijkt het logisch iets minder reservecapaciteit aan te houden  als het misgaat, helpen de buren wel. Alleen hebben die buren hetzelfde bedacht. Tussen 2011 en 2025 daalde het aantal blusvoertuigen van ruim 1.500 naar circa 1.100, en het aantal brandweermensen van bijna 27.000 naar circa 22.500. De capaciteit die elke regio dacht te kunnen lenen, is bij diezelfde buren net zo goed wegbezuinigd. Het vangnet bestaat nog op papier. Het verdwijnt zodra meerdere regio's tegelijk met grote of langdurige branden te maken krijgen  dat schreef de Inspectie Justitie en Veiligheid in november 2025 onomwonden in het rapport Grenzen bereikt: de Nederlandse brandweer is onvoldoende voorbereid op grote, langdurige of gelijktijdige incidenten. Wie een andere regio helpt, verzwakt bovendien direct de dekking in zijn eigen gebied.

Het vierde mechanisme is normalisering van afwijking, een begrip van socioloog Diane Vaughan naar aanleiding van haar onderzoek naar de Challenger-ramp. Neemt een organisatie herhaaldelijk een risico zonder dat het misgaat, dan gaat zij dat risico als normaal beschouwen ook als de veiligheidsmarge inmiddels verdwenen is. Iedere zomer die "toch nog net goed ging" bevestigt de verkeerde conclusie: de hulp uit Duitsland was op tijd, de lege kazerne bleek niet nodig, de brand werd uiteindelijk brandmeester. Zie je wel, het kan dus met minder. Zo verschuift de grens elk jaar een stukje, tot een inspectierapport vaststelt dat de marge al jaren weg is. Alleen die inspectierapporten die worden nog amper gelezen laat staan dat er iets meegedaan wordt. Een paar dagen ach en wee en door. Het is een te voorspelbaar ritueel geworden.

Ook dat nieuws is niet nieuw. In 2011 concludeerde het Thematisch onderzoek natuurbranden al dat de voorbereiding niet adequaat was. Drie jaar later, bij de natuurbrand op de Hoge Veluwe, bleken zelfs de twee regio's die als voorbeeld golden, van mening te verschillen over de aanpak. Vijftien jaar en meerdere inspectierapporten later luidt de aanbeveling nog steeds dat elke regio een actueel overzicht van de eigen slagkracht moet maken. Daar refereer je niet aan  dat voer je uit.

De optelsom is wat systeemtheoreticus Charles Perrow een normal accident noemt: in een strak georganiseerd systeem zonder reserve is een grote storing geen zwarte zwaan, maar een kwestie van wachten tot de verkeerde omstandigheden samenvallen. Deze zomer waren dat droogte, hitte, meerdere grote branden en vakantiedrukte. Ongeveer 80 procent van de brandweer bestaat uit vrijwilligers: mensen met een gewone baan en een werkgever die hun afwezigheid moet opvangen als zij dagenlang elders worden ingezet. Geen redelijke werkgever blijft dat onbeperkt accepteren, en het beleid heeft daar nauwelijks een antwoord op.

En dan de bestuurlijke reactie. Het Interregionaal Beleidsteam presenteerde onlangs met gepaste plechtigheid een commander's intent: beginnende branden zo snel mogelijk blussen en zo klein mogelijk houden. "Echt? Da mende gij nie", zouden wij in Brabant zeggen. Daarvoor is geen crisisberaad nodig  dat is sinds de uitvinding van de emmer de bestaansreden van de brandweer. Wie zo'n open deur inlijst en als visie aan de muur hangt, maakt vooral duidelijk dat er inhoudelijk weinig nieuws te melden is.

De volgende grote brand die niet op tijd onder controle komt, zal worden aangekondigd als noodlot. Als iets wat niemand had kunnen voorzien. Dat is het niet. Het is blame avoidance, politieke kortzichtigheid, een uitgehold gezamenlijk vangnet en vijftien jaar normalisering van een veiligheidsmarge die allang verdwenen was. Vier bekende mechanismen, met precies het resultaat dat al jaren wordt voorspeld.

Arie Muller, bestuurslid Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers

Deel dit bericht met je netwerk

Blussende brandweermannen

Word lid van de VBV!

Een vrije brandweerman kan profiteren van het lidmaatschap van een vakvereniging voor de vrijwillige brandweer, omdat deze organisatie zijn belangen behartigt en hem een collectieve stem geeft in belangrijke beslissingen die de werkomstandigheden en veiligheid beïnvloeden.
Belangenbehartiging
Onderdeel van de community
Collectieve steun
Juridische ondersteuning
Word nu direct lid
magnifiercrosschevron-down
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram