Nederland moet zich voorbereiden op grote crises en oorlogsdreiging. Maar wie hulpdiensten daarvoor wil toerusten, moet ook onder ogen zien hoeveel capaciteit de afgelopen vijftien jaar is wegbezuinigd.
VBV-voorzitter Marcel Dokter wees vanavond bij EenVandaag op de pijnlijke tegenstelling: burgers worden aangespoord zich voor te bereiden, terwijl concrete voorbereidingen vanuit de overheid achterblijven. De VBV vraagt al langer om een nationaal plan voor grote crises. De dreiging neemt toe, maar de hulpdiensten moeten hun werk doen met de capaciteit die na jaren van bezuinigingen resteert.
Ook voorzitter Hein van der Loo van het Veiligheidsberaad benadrukt het belang van meer slagkracht bij crises en rampen. Een terechte oproep. Maar daarbij hoort een ongemakkelijke vraag: welke verantwoordelijkheid nemen de veiligheidsregio’s voor de afbouw van diezelfde slagkracht?
De VBV heeft die ontwikkeling herhaaldelijk zichtbaar gemaakt. Het aantal tankautospuiten daalde van ruim 1.500 rond 2011 naar circa 1.100 in 2024. Ook verdwenen hulpverleningsvoertuigen en duizenden operationele formatieplaatsen. Achter die cijfers schuilt het vermogen om mensen te redden, meerdere incidenten tegelijk te bestrijden en langdurig inzet vol te houden.
Die afbouw was het gevolg van bestuurlijke keuzes. Onder financiële druk werd in veiligheidsregio’s besloten welk materieel kon verdwijnen en welke capaciteit kon worden ingeleverd. De gevolgen worden inmiddels breed erkend: bij grootschalige inzet komt de reguliere brandweerzorg onder druk te staan. Van der Loo onderschreef eerder ook de conclusies en aanbevelingen van de Inspectie Justitie en Veiligheid.
Daarom mag de discussie over weerbaarheid niet blijven steken in nieuwe plannen en betere samenwerking. Samenwerking levert geen extra brandweerauto’s, beschikbare bemanningen of aflossingscapaciteit op wanneer die overal schaars zijn. Daarvoor zijn concrete investeringen nodig, met landelijke normen voor wat de brandweer daadwerkelijk moet kunnen en duidelijke verantwoordelijkheid voor het realiseren daarvan.
Van het Rijk mag worden verwacht dat het de voorbereiding op grote crises eindelijk concreet organiseert en financiert. Van de veiligheidsregio’s mag worden verwacht dat zij openheid geven over de afgebouwde capaciteit en aangeven wat nodig is om die te herstellen.
Wie vandaag om meer slagkracht vraagt, moet ook bereid zijn de keuzes van gisteren te verantwoorden. Anders blijft weerbaarheid vooral een bestuurlijke belofte, terwijl brandweermensen en burgers de gevolgen dragen.
