Dat is de vraag die mij deze week nogal bezighield. Want op maandag was de uitspraak in kort geding tussen de brandweermensen van Cadzand en de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). Met die uitspraak lijkt de laatste strohalm voor de post Cadzand in rook opgegaan. Daardoor zullen de burgers in dat deel van West Zeeuws-Vlaanderen er nu definitief rekening mee moeten houden dat de brandweer altijd te laat komt.
Hoezo te laat? De VRZ heeft toch besloten dat het risico in Cadzand en omgeving is verlaagd van categorie twee naar drie? Door die administratieve truc werd de sluiting van de kazerne in Cadzand mogelijk gemaakt. Want bij risicogebied drie geldt een maximale opkomsttijd van achttien minuten. Die opkomsttijd wordt dan in de omgeving van Cadzand bijna altijd gerealiseerd aldus het bestuursbesluit van de VRZ.
Maar hoe zat het ook alweer? We hadden in Nederland toch afgesproken dat we bij een woningbrand met acht minuten ter plaatse zijn? Dat was de feitelijke norm maar omdat die ingewikkeld te realiseren is in buitengebieden ontstond de behoefte aan een gebiedsgerichte opkomsttijd. Boze tongen binnen het bestuur van de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) noemden dit destijds een opmaat naar gerechtvaardigde langere opkomsttijden voor de brandweer in Nederland. Het begin van het einde van een fijnmazig brandweerkazerne netwerk. Dit werd door de branche uiteraard in alle toonaarden tegengesproken. Het was absoluut geen verkapte bezuinigingsmaatregel maar bedoeld om te komen tot een meer realistische norm.
Nu de truc van het generiek verlagen van het brandrisico in Zeeland werd toegepast zonder aanvullende maatregelen hadden wij verwacht dat heel brandwerend Nederland hiertegen in opstand zou komen. Helaas bleef het oorverdovend stil. Geen opmerkingen vanuit de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), niet van de Inspectie Justitie en Veiligheid en ook niet van het boegbeeld van de brandweer in Nederland. Alleen de brandweermensen uit Cadzand en de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers spraken hun verontwaardiging uit.
Dus terwijl de conclusies van onderzoeken over de brandweer in Nederland, dat die grote en langdurige incidenten niet meer aankan, gaat de afbraak van de brandweer capaciteit in Zeeland gewoon ongestoord verder. Daarom zijn wij maar begonnen met een aantal vragen aan de VRZ op basis van de Wet open overheid (Woo).
De eerste antwoorden die wij ontvingen waren openbare documenten die wij zelf al hadden gevonden. Daarna kwam een reactie dat het vanwege de vakantieperiode wel heel ingewikkeld was. Inmiddels hebben wij de VRZ formeel in gebreke gesteld. We zijn ook voornemens juridische stappen te ondernemen als de beantwoording te wensen overlaat. Want wij zijn ervan overtuigd dat de VRZ handelt in strijd met de wet of in ieder geval in strijd met de geest van de wet. Daardoor is naar onze mening in West Zeeuws-Vlaanderen sprake van een brand onveilige situatie. Vooral voor mensen die verblijven in hotels en logiesverblijven in Cadzand Bad. De VBV is ervan overtuigd dat juist daar sprake is van risicogebied twee. Dat de brandweer daar dus – conform artikel 3.2.1, eerste lid, onder c, van het Besluit veiligheidsregio’s acht minuten na de brandmelding ter plaatse moet zijn en niet pas na achttien minuten of langer. Want dan is die hotelbrand een tikkende tijdbom “waiting to happen”.
Het niet benoemen van deze risico’s vinden wij onverantwoord. Wij vinden dat het bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland de veiligheid van de mensen in Cadzand in gevaar brengt door het organiseren van opkomsttijden van de brandweer die niet passen bij het aanwezige risico. De directie van de VRZ heeft volgens de VBV veel te weinig gedaan om de brandweerkazerne die dit risico afdekt overeind te houden. Het niet herkennen van dat risico vinden wij een vakinhoudelijke “faux pas”.
Als niemand in Nederland openlijk stelling neemt tegen een overheidsorganisatie die zich niet houdt aan de wet en haar burgers onvoldoende beschermt, dan zal de VBV zich hierover uitspreken en zich hiertegen blijven verzetten. Daar kunnen de burgers in Zeeuws-Vlaanderen en onze leden op blijven rekenen, nu en in de toekomst.
Marcel Dokter
Voorzitter.
