
De agressie en het geweld tegen hulpverleners in Nederland blijven onverminderd toenemen. Politieagenten, brandweerlieden, ambulancepersoneel en boa’s krijgen steeds vaker te maken met bedreiging, mishandeling en ernstig fysiek geweld. Dat beeld kwam de afgelopen weken scherp naar voren in een onderzoek en een Kamerdebat over geweld tegen hulpverleners en de zogenoemde ‘verruwing’ van de samenleving, waarin Kamerleden van links rechts hun zorgen uitspraken en opriepen tot hardere normstelling en betere bescherming.
Politieke consensus: “Van hulpverleners blijf je af”
Tijdens dit debat werd herhaaldelijk benadrukt dat geweld tegen mensen met een publieke taak volstrekt onacceptabel is. Kamerleden wezen op de stijgende cijfers, de psychische en fysieke impact op slachtoffers en het risico dat hulpverleners het vak verlaten. Tegelijk klonk stevige kritiek op de praktijk van strafvervolging. Hoewel het Openbaar Ministerie (OM) beschikt over richtlijnen die een strafeisverhoging tot 200 procent mogelijk maken bij geweld tegen hulpverleners, blijkt die verhoging in de praktijk lang niet altijd zichtbaar te worden toegepast. Dat ondermijnt volgens veel Kamerleden het rechtsgevoel van slachtoffers en het vertrouwen dat de overheid daadwerkelijk pal achter haar hulpverleners staat.
Ook buiten Den Haag klinkt die boodschap. Tijdens een veiligheidsdebat in Gouda, georganiseerd door de Coalitie voor Veiligheid, deelden hulpverleners hun ervaringen uit de praktijk. Een vrijwillig brandweervrouw vertelde hoe zij tijdens een inzet gericht werd bestookt met zwaar vuurwerk, terwijl anderen wezen op het gebrek aan effectieve middelen om geweld te de-escaleren. Politici werden daar nadrukkelijk opgeroepen om “mooie woorden om te zetten in daden”.
Motie: meer transparantie en opvolging
In dit klimaat nam de Tweede Kamer een motie aan waarin de regering wordt opgeroepen om scherper toe te zien op de opvolging van geweldszaken tegen hulpverleners en op de toepassing van bestaande strafverzwarende richtlijnen. De motie benadrukt dat niet alleen normstelling, maar ook zichtbare en uitlegbare beslissingen van het OM cruciaal zijn voor het vertrouwen in de rechtsstaat. Volgens de indieners mag de ernst van geweld tegen hulpverleners niet worden gerelativeerd door sepotbeslissingen die voor slachtoffers moeilijk te begrijpen zijn.
Concrete zaak legt spanning bloot
Die spanning komt scherp naar voren in een zaak die op 3 februari dient bij het gerechtshof Amsterdam. In deze zaak deden meerdere brandweervrijwilligers aangifte van een poging tot zware mishandeling, dan wel doodslag, nadat tijdens een inzet met een voertuig op hen werd ingereden. Het OM besloot de zaak te seponeren, met als motivering dat “ander dan strafrechtelijk ingrijpen” zou prevaleren. Die beslissing leidde tot grote verontwaardiging bij de betrokken brandweerlieden, die zich niet gehoord voelden en het gevoel hadden dat de verdachte zonder noemenswaardige consequenties wegkwam.
Het gerechtshof zal op 3 februari beoordelen of het OM alsnog tot vervolging moet overgaan. Voor de betrokken brandweerlieden staat daarbij meer op het spel dan alleen deze ene zaak. Zij zien de procedure als een toetssteen voor de vraag of de belofte “van hulpverleners blijf je af” ook daadwerkelijk wordt waargemaakt.
Breder maatschappelijk belang
De uitkomst van deze zaak wordt door velen met belangstelling gevolgd. Niet alleen door de direct betrokkenen, maar ook door andere hulpverleners die zich afvragen of aangifte doen zin heeft wanneer ernstige geweldsincidenten uiteindelijk worden geseponeerd. In de Kamer werd herhaaldelijk benadrukt dat rechtvaardige en transparante opvolging van dit soort zaken essentieel is om verdere normalisering van geweld te voorkomen en om het vertrouwen in politie, justitie en politiek te behouden.
Met de aangenomen motie en de lopende artikel-12-procedure lijkt het debat over geweld tegen hulpverleners daarmee een nieuwe fase in te gaan. De komende maanden zullen moeten uitwijzen of de politieke woorden worden gevolgd door concrete daden en of de rechtsstaat erin slaagt om degenen te beschermen die dagelijks hun veiligheid op het spel zetten voor anderen.
